Nieuws 4 februari 2026
Femicide: de meest voorspelbare moord
Met ‘Femicide: de meest voorspelbare moord‘ maakt ontwerper Rachelle Jeuring zichtbaar wat in Nederland nog te vaak onzichtbaar blijft.
Femicide was lange tijd nauwelijks bekend in Nederland. Pas de afgelopen jaren groeit het besef dat het gaat om de moord op vrouwen, en dat dit ook hier veel voorkomt. Wat daarbij opvalt: er werd lang vooral gepraat over wie verantwoordelijk was, terwijl concrete actie uitbleef.
In de media werd femicide meestal gepresenteerd als een los incident of familiedrama. Daardoor bleef het onzichtbaar dat het niet om losse gevallen gaat, maar om een groter maatschappelijk probleem. En juist dat is belangrijk, want aan femicide gaat vaak een herkenbaar patroon vooraf. Door dat patroon te zien en te benoemen, ontstaan kansen om eerder in te grijpen. Inmiddels komt daar voorzichtig verandering in: femicide wordt benoemd door de politie, staat in de Dikke Van Dale en is bij steeds meer mensen bekend.
Kunst als confronterende realiteit
Met Femicide: de meest voorspelbare moord maakt ontwerper Rachelle Jeuring zichtbaar wat in Nederland nog te vaak onzichtbaar blijft. Haar expositie was onder andere getoond op de regionale werkconferentie in het kader van de aanpak van Huiselijk geweld & Kindermishandeling in november 2025. Het is geen symbolisch kunstwerk, maar een plaats delict. Confronterend. Stil. Onontkoombaar.
Rachelle ontwierp het werk met een duidelijke missie: bewustwording creëren op de plekken waar verandering nodig is. Bij hulpverleners. Bij beleidsmakers en politici. Maar ook bij iedereen die denkt dat femicide iets is wat ‘ergens anders’ gebeurt. Want dat is het niet. Ook in Nederland wordt gemiddeld elke acht dagen een vrouw vermoord.
Internationale afspraken, beperkte verandering
Nederland ondertekende het Verdrag van Istanbul en verplichtte zich daarmee om geweld tegen vrouwen te voorkomen en te bestrijden. In theorie is Nederland verplicht om te zorgen voor verandering. Maar in de praktijk gaat die verandering langzaam. Een belangrijk knelpunt zit volgens Rachelle in taal en registratie.
Onduidelijkheid in taal en cijfers
De term femicide wordt nog altijd niet overal op dezelfde manier gebruikt. Er is discussie over wanneer het woord wel of niet van toepassing is. Daardoor worden cijfers op verschillende manieren bijgehouden: zaken worden geregistreerd als huiselijk geweld, geweld in de relationele sfeer of als incident. En is het onderliggende patroon niet duidelijk. “En dan lijkt het alsof het probleem kleiner is dan het is,” vertelt Rachelle.
In gesprekken met betrokkenen, nabestaanden en professionals ziet Rachelle hoe signalen vooraf regelmatig worden geminimaliseerd. Stalking. Dreiging. Grensoverschrijdend gedrag. “Er is nog niks gebeurd.” “Het is nog niet ernstig.” Uitspraken die herkenbaar zijn, maar achteraf schrijnend blijken.
Femicide als proces
Die afwachtende houding heeft gevolgen. Femicide ontstaat meestal niet van de ene op de andere dag. Het is vaak een proces. Voorspelbaar. Met rode vlaggen die worden gezien, maar niet altijd serieus genomen.
In haar werk krijgt die realiteit letterlijk vorm. De plaats delict laat niet alleen het gevolg zien, maar ook de context: cijfers, informatie en audiofragmenten die het verhaal compleet maken. Niet om te choqueren, maar om helder te maken wat er op het spel staat.
Het gesprek dat gevoerd moet worden
Het gesprek over femicide gaat over meer dan alleen geweld. Hoe vrouwen zichzelf voortdurend afvragen of ze zich niet aanstellen. Of hun ervaring wel ‘erg genoeg’ is. Hoe vrouwen vaak al op jonge leeftijd leren om aan zichzelf te twijfelen. “Eigenlijk hoor je dat gesprek met jezelf al niet te hoeven hebben,” aldus Rachelle.
Tegelijk is er de worsteling van ouders: hoe leer je je dochters alert te zijn, zonder hen aan te leren dat de wereld per definitie onveilig is?
Met Femicide; de meest voorspelbare moord wil Rachelle dit onderwerp bespreekbaar maken. Het taboe eraf. De term benoemen. Laten zien welk patroon vaak aan femicide voorafgaat. “Want pas wanneer we femicide als zodanig herkennen en erkennen, kunnen we het ook serieus aanpakken.”
Het werk werd genomineerd voor meerdere prijzen (2024/2025) en wordt nog steeds op verschillende plekken in Nederland tentoongesteld.